Er is iets raars aan de hand: veel bedrijven en organisaties die zich bezighouden met een gezonde wereld, die een bijdrage willen leveren aan een duurzame, hoopvolle toekomst – althans volgens hun mission statement– hebben teams die prima functioneren, maar die zijn losgezongen van wat duurzaamheid eigenlijk betekent.
Want duurzaamheid betekent niets als het geen persoonlijke betekenis heeft. Als mensen er niet hun eigen waarde aan geven en als ze die waarde niet herkennen in zichzelf, in elkaar en in het werk dat ze samen doen.
Met dat losgezongen bedoel ik dit. We vergaderen in een keurig tijdsblok van 10:00 tot 10:45 uur. Daarna een strategiesessie van 13:30 tot 16:00 uur. Koffie en thee zijn geregeld. Er staat een bakje met vrolijk gekleurde post-its klaar die de indruk moeten wekken dat creativiteit vanzelf ontstaat wanneer je maar voldoende kleurtjes toevoegt.
Dat gaat allemaal prima. Maar wie zit er eigenlijk te wachten op prima?
De vraagstukken waar organisaties vandaag voor staan in elk geval niet. Klimaat, gezondheid, energie, biodiversiteit, sociale ongelijkheid – het zijn geen vraagstukken die zich laten oplossen door nog een efficiënt overleg. Ze vragen meer van ons. Meer betrokkenheid. Meer moed. Meer verbinding.
Waarom lijken we toch steeds te vergeten dat we, waar we ook zijn, altijd mensen blijven? Mensen met persoonlijkheden, kwaliteiten, onzekerheden en voorkeursgedrag.
Soms voelt het kantoor als een merkwaardig laboratorium. Een omgeving waarin we precies weten welk gedrag beloond wordt en welk gedrag risico oplevert. We bewegen ons door agenda’s, processen en KPI’s als goed afgerichte muisjes die precies weten hoe ze aan hun blokje kaas komen en voorkomen opgegeten te worden. Maar jouw ideale werknemer wil niet alleen aanwezig zijn op het werk. Die wil bijdragen met een hoofdletter B. En dat gebeurt zelden vanuit de comfortabele middelmaat van routines en vergaderstructuren. Misschien moeten we het raam van het lab openzetten.
De grootste stappen ontstaan vaak nadat we elkaar werkelijk hebben gezien. Nadat we hebben gevoeld dat we op elkaar kunnen leunen. Nadat vertrouwen niet langer een kernwaarde op een poster is, maar een ervaring.
Dat is ook niet vreemd. Ons brein is gevormd gedurende honderdduizenden jaren waarin we volledig afhankelijk waren van elkaar en van onze omgeving. Samen beschutting, voedsel en water vinden, samen veiligheid organiseren. Die bedrading dragen we nog steeds met ons mee. We zijn gemaakt om verbinding aan te gaan. Met elkaar én met het landschap om ons heen.
Misschien verklaart dat waarom zoveel mensen tot rust komen zodra ze buiten zijn. Zonder meldingen, schermen en de constante stroom van prikkels herstelt ons vermogen tot aandacht zich. Troebel water bezinkt. De bodem wordt zichtbaar.
Hetzelfde gebeurt tussen mensen wanneer ze met een groep buiten onderweg zijn. Je ziet elkaar eerlijker. Patronen worden zichtbaar. Niet omdat iemand een persoonlijkheidsprofiel heeft ingevuld, maar omdat je samen iets meemaakt. Omdat gedrag zichtbaar wordt in plaats van besproken.
Onderzoek naar outdoor- en wildernisprogramma’s laat al jaren zien dat communicatie verbetert, vertrouwen groeit en groepsidentiteit sterker wordt. Maar misschien is dat niet eens het interessantste resultaat. Het interessantste is dat mensen opnieuw betekenis geven aan wat belangrijk voor hen is.
Onderzoekers als Peter Higgins beschrijven hoe natuurervaringen niet alleen bijdragen aan kennis en vaardigheden, maar ook aan houding, verbondenheid en het besef onderdeel te zijn van een groter geheel. Duurzaamheid krijgt pas betekenis wanneer het persoonlijk wordt.
Dat is precies waar veel organisaties vandaag mee worstelen.
Ze hebben duurzaamheidsdoelen. Ze hebben beleid. Ze hebben rapportages. Maar hebben hun mensen ook een persoonlijke relatie met datgene wat ze proberen te beschermen?
Misschien ligt daar de echte uitdaging. Niet nóg een sessie organiseren. Maar de kloof blootleggen tussen wat we zeggen belangrijk te vinden en hoe we daadwerkelijk leven, werken en organiseren.
En vervolgens de moed hebben om daar een brug over te bouwen.
Desnoods een zelfgemaakte touwbrug.

